Hagar.

Kennen jullie het verhaal van Hagar? Laat me het jullie opnieuw vertellen. Zowel in het Oude Testament (Hagar) als in de Koran (Hadjar) wordt zij genoemd als de tweede vrouw van Abraham. Buiten deze religieuze boeken zijn er geen andere bronnen bekend. Hagar werd in Egypte geboren en was de dienstmaagd/slavin van Sara, de zustervrouw van Abraham.

Genesis 16.
Sara kon geen kinderen krijgen en omdat Abraham een erfgenaam wilde stelde ze voor dat Abraham maar een beschuitje moest eten met Hagar. Nu wist Abraham drommels goed waar hij de mosterd vandaan moest halen, en Hagar raakte in verwachting. Hagar werd zo trots op het feit dat ze Abraham wel een kind kon schenken dat ze Sara, haar meesteres, begon te kleineren.

Sara werd zo jaloers dat ze Abraham er de schuld van gaf, en ze eiste dat hij er iets aan moest doen. Abraham antwoordde: ‘Hagar is jóuw slavin. Doe met haar wat je wilt.’ Daar en toen werd het zaad van tweedracht tussen twee volkeren gezaaid.

Sara behandelde Hagar zo onmenselijk dat Hagar hoogzwanger de woestijn in vluchtte. Een engel vond haar bij Lachai-Roi een bron tussen Kades en Bered en vroeg waarom ze zo huilde. Hagar antwoordde dat ze gevlucht was voor de jaloezie van Sara. De engel stelde haar gerust: ‘Ga naar je meesteres terug en gehoorzaam haar in alles. Ik zal ervoor zorgen dat er uit jou een heel grote familie zal ontstaan; een volk worden dat niet te tellen is.’

Daarna zei de Engel: Je bent zwanger en je zal een zoon baren. Je moet hem Ismaël (God hoort) noemen, want de Heer heeft gehoord hoe verdrietig je bent. Je zoon zal sterk zijn, maar brutaal. Hij zal met iedereen ruzie maken. Hij zal wel bij zijn familie wonen, maar hij zal zijn eigen gang gaan.’ Abram was 86 jaar toen Ismaël werd geboren.

Later werd Sara ook zwanger en Jahweh/Enlil besloot ook met dit kind (Isaak) een verbond te sluiten. Abraham vroeg God toch ook met Ismaël te zijn en God herhaalde zijn eerdere belofte aan Hagar. Je ziet hier al dat Jahweh/Enlil de bron is van tweedracht. Hij belooft zowel aan Hagar/Ismael als aan Abraham/Isaak dat hun nazaten zo talrijk zullen zijn als er sterren aan de hemel staan. (Gen.12,1-2)

De bron van de controverse tussen Hebreeërs en Arabieren begon dus bij Lachai-Roi; de bron tussen Kades en Bered. Zowel de nakomelingen van Isaak, de Hebreeërs, als de nakomelingen van Ismael, Arabieren stammen af van één vader. De Hebreeërs noemen hun god Jahweh en de Arabieren noemen hem Allah. Het zijn twee namen zijn voor de entiteit die wij kennen als Enlil.

Abraham ging van tijd tot tijd Hagar en Ismael te bezoeken. Toen Ismael ongeveer 13 jaar oud was, bouwden Abraham en Ismael samen de Ka'aba, een kubusvormig gebouw, speciaal bestemd voor de aanbidding van god, welke god laten we aan jullie inzicht over. Vijfentwintighonderd jaar later, in de tijd van de profeet Mohammed, was Mekka een belangrijke handelspost.

Serabit el Khadem.
Ruim veertienhonderd jaar later reisden Nora en ik naar de Golf van Aqaba. In onze bagage hadden we ene heel dun boekje dat was samengesteld met de individuele Tien Geboden van de Volle Maan groep. We wilden dat boekje terug brengen naar de locatie waar Mozes volgens mijn cellulaire geheugen de Tien Geboden uit de Exodus ontving. Op de Lente Equinox van 2010 vroeg ik de frontdeskmanager van het Nuweiba Hilton of hij een taxi wilde bellen om ons naar Serabit el Khadem te brengen.

Hij vroeg me waar ik met die taxi heen wilde en ik zei: ‘Naar Serabit el Khadem.’

Hij keek me aan en zei dat die plaats niet bestond, waarop ik hem vroeg op Internet te kijken. Hij vond uiteraard de locatie en schudde meewarig zijn hoofd. Daar komt geen taxi, er zijn geen wegen naar Serabit. Toen ik aandrong een taxi te bellen deed hij dat met een schouder ophalen en misschien wel een gedachte dat je gekken zo snel mogelijk uit de buurt moest krijgen.

Zondag 21 maart 2010.
De taxi was keurig op tijd, een minpuntje was dat de jonge chauffeur geen Engels sprak. Na ongeveer anderhalf uur en diverse checkpoints hield het asfalt op in de buurt van Saint Catherine. Er kwam een Landcruiser naast de taxi staan en de chauffeur bood aan ons voor 700 E£.(Egyptische Pond) naar Serabit te brengen. We hadden 680 E£ bij ons en de Bedoeïen telde het twee keer na voor hij knikte en zei dat hij daarvoor zou rijden.

Hij stond er op dat we eerst bij hem thuis samen een lunch zouden gebruiken, en dat namen we graag aan. In de woestijn is gastvrijheid vanzelfsprekend. De rit naar Serabit el-Khadem was net zo opwindend als een dag Parijs – Dakar. De Bedoeïen keek lachend in zijn spiegel hoe wij ons in evenwicht wilden houden en riep: “Soms rij ik, soms vlieg ik…” Zandduinen en rotsplateaus wisselden elkaar af in eindeloze schakeringen geel, het leek wel of we door een landschap van ongeslepen Tijgeroog reden.

Na 2,5 uur eindigde de wilde rit in een gehucht van enkele huizen. Na enige tijd kwam een Bedoeïen naar buiten en liep op de jeep af gevolgd door een prachtig klein meisje met een thermoskan thee. Ze liep helemaal scheef door het gewicht, maar het was een plaatje om te zien. Grote donkere ogen in een donker gezichtje, dat omzoomd was met door de zon gebleekte krullen, keken ons nieuwsgierig en verlegen aan.

Na de thee gingen we te voet verder, en de vader van het meisje bleek onze gids naar de ruïne te zijn. Dat was nog 1,5 uur klimmen en klauteren door een landschap dat werkelijk schitterend is in zijn woestheid. Wind en zand zijn er al eeuwenlang de beeldhouwers van de meest fantastische vormen. IJzer, koper, mangaan en andere chemische elementen zijn de schilders van de gesteenten.

DSC_0028a.jpg

Op de foto hierboven zie je wat wij na 1,5 uur klimmen zagen. Het witte stipje in het midden was de Landcruiser die ons naar Serabit bracht.

Ishmaël in de woestijn.
Soms schoven we voetje voor voetje op een smalle richel langs een steile afgrond. De gids stelde zich voor als Ishmaël! Op de meest smalle passage nam hij de rugzak van Nora over omdat we met de rug tegen de rotswand en onze voeten op de kliprand moesten voortgaan. Wij voelden ons als koordansers op die richel. Twee jaar later ontdekten we dat er op de plek een stevig stuk touw in de rotswand was geslagen om je er aan vast te houden.

Terwijl het zweet over ons lijf gutste, verwonderde ik me over het gewatteerde jack die Ishmaël over zijn traditionele djellaba droeg. Boven op het rotsplateau echter stond een stevige en zeer schrale wind, en ik moest mijn baseball pet diep over mijn ogen trekken om de ogen te beschermen tegen het zandstralende effect, maar het was de moeite waard! Zodra de zon onder is, wordt het erg koud in de woestijn, vandaar het gewatteerde jack.

We vonden een nis, waar we het Tien Geboden boekje wilden achterlaten en mediteren. Op het bord met het oorspronkelijke grondplan was te lezen dat dit het ‘grot heiligdom’ was waar Amenemhat III en IV, en later ook Thutmoses hun meditaties hielden voor Hathor, Amon en Soped. We lieten het boekje in de nis en gingen in meditatie.

Ik vroeg of de spirituele hiërarchie wilde helpen om de wetten en regels die door het menselijke verstand zijn gemaakt, te vervangen door Universele Wetten en de Weg van het Hart. Ik vroeg of de juridische wetten getransformeerd mochten worden in morele wetten, waarmee de mens meer verantwoordelijk was voor zijn/haar eigen creaties.

We gaven onze Tien Geboden terug aan de Sinaï, opdat de ontwaakte mensheid haar eigentijdse Tien Geboden zal ontwikkelen en integreren. Toen we klaar waren, kwam Ishmaël en wees ons enkele interessante plekken aan. Eén ervan was een plaats waar offertafels hadden gestaan, en Nora voelde intuïtief dat we daar een diabolovortex moesten plaatsen.

P1000644 kopie

We vroegen Ishmaël met ons mee te doen, en met de handpalmen tegen elkaar, waarbij onze armen het Ka symbool vormden, gingen we opnieuw in meditatie. De wind gierde haar goedkeuring en we wisselden in een grot telefoonnummers en e-mail adressen met Ishmaël uit. Daarna daalden we weer af naar de huizen waar de jeep was geparkeerd. We kregen thee en Bedoeïenen brood, voordat we afscheid namen van Ishmaël en zijn prachtige dochters.

De geschiedenis herhaalt zich als we niet in staat zijn de geschiedenis naar een hogere frequente te brengen. Dat is exact wat Nora en ik op deze missie hebben gedaan in de Sinaï woestijn. Waar een wil is, is een weg... ook als er geen asfalt ligt!

Artikelen op deze website mogen vrij verspreid worden onder vermelding van de juiste bron: ArjunA – www.assayya.com