Yadava of Yehudi.

De geschiedenis herhaalt zich omdat we enerzijds er geen lering uit trekken, anderzijds omdat de mensheid alles kopieert en plakt. Dit schrijfseltje wil aantonen hoe het Judaïsme uit het Hindoeïsme is gekopieerd en geplakt. In het artikel over Krishna en Christus hebben we al enige duidelijkheid verschaft. We komen terug op een vergelijking: Yeshua was zowel een Koresh, een Hebreeër als een Yehudi. Krishna was zowel een Kuru's, een Abhira als een Yadava.

Het is interessant hoe zowel de Hindoes als de Hebreeërs verstrooid raakten zodat er in beide culturen sprake is van Verloren Stammen. Na de oorlog tussen de Pandava’s en de Kaurava’s zoals in de Mahabharata staat geschreven, verlieten 22 stammen de Indusvallei omdat het leven daar onmogelijk werd als gevolg van nucleaire explosies en anarchie. Van deze groep gingen er 10 stammen naar het Noorden waar ze een rampzalig einde vonden.

Van de overgebleven 12 stammen zijn er enkele families afgehaakt en neergestreken in regio's die thans Irak, Syrië, Palestina, Egypte, Griekenland en Rusland heten. Die Exodus vond 5.743 jaar geleden plaats. Het Pesach-jaar dat Israël herdenkt, geeft een beeld van de periode die is verstreken sinds de tijd dat ze India verlieten. Een van hun koningen werd later bekend als Solomon/Salomo.

Edward Pococke, een Engelse oriëntalist en bijbelgeleerde, schreef in de 17e eeuw in een boek over de Indiase Exodus na de Mahabharata-oorlog. India was het land waar het goud van Salomo’ s hofhouding vandaan kwam. Wellicht is dit een verwijzing naar de legendarisch mijnen van koning Salomo. De duur van de reis en de commerciële import in het land van de Feniciërs bevestigen dit. (‘India in Griekeland’ van E. Pococke)

De naam Solomon is een Sanskriet begrip. Kālidāsa, een klassieke schrijver/dichter in de Sanskriet-taal van India, beschrijft koning Dushyant als 'Shalmanav’, een begrip dat een lange, forse persoon met een indrukwekkende persoonlijkheid omschrijft. Het begrip 'Shalmanav’ transformeerde naderhand in de naam van koning Solomon/Salomo. Voorwaar, ook zo’n indrukwekkende persoonlijkheid die welzijn en wijsheid combineerde.

In Exodus 32:1-35 lezen we hoe Israël het wachten op Mozes moe werd. Ze hadden zin in een verzetje en verzamelden op advies van Aäron al hun gouden sierraden. Al het goud smolt hij om en goot er een beeld van in de vorm van een stierkalf. Dat beeld werd hun afgod, en het volk riep uit: ‘Israël, dit is je god, die je uit Egypte heeft geleid!’ Aäron bouwde een altaar voor het beeld en zei dat er op de 15e dag van de maand een feest zou zijn.

Op dat altaar brandde het volk wierook en bracht offergaven aan het afgodsbeeld dat de naam Baäl kreeg. Dit komt opmerkelijk overeen met de heilige rituelen die Hindoes met Volle Maan deden. De naam Baäl is een verbastering van Bal Krishna, een verwijzing naar het goddelijke kind Krishna. Het gouden kalf uit de Exodus van Israël was het kalf waar de jonge Krishna tegenaan leunde toen hij tijdens het weiden van koeien de fluit speelde.

Davidster.
De Davidster is tantra symbool uit de Veda’s. Het bestaat uit twee vervlochten driehoeken waarvan de een punt naar het Noorden wijst en de andere punt naar het Zuiden. De Noordpool vertegenwoordigt Yang energie en de Zuidpool Yin energie. Tantra is de Vedische praktijk, die gericht is op geestelijke verruiming en bevrijding. Het ritueel is gericht op de ontwikkeling van menselijke geestkracht voor het overwinnen van angsten en zwakheden.

Zelfs de naam David is afgeleid van Devi, wat in het Sanskriet ‘geschonken door de godin’ betekent. De jonge David die Goliath versloeg had kennelijk al zijn angsten en zwakheden overwonnen.

Geluid van de Stilte.
Op de oprit tegenover onze brievenbus hangt een kenteken - of nummerbord aan het hek met in kapitalen het woord ANAHATA. Dit is de naam van het vierde chakra of Hartchakra. Het woord Anahata betekent in het Sanskriet ‘ongedeerd, ongeslagen en niet verslagen’. De term Anahata Nad verwijst naar het Vedische concept van ongeslagen geluid (het geluid van het hemelse rijk).

Anahata wordt geassocieerd met een kalm, rustig geluid zonder geweld. Het symboliseert liefde, empathie, onzelfzuchtigheid en toewijding. Het hartchakra inspireert mensen om lief te hebben, mededogend, altruïstisch en toegewijd te zijn en goddelijke acties te accepteren. Terwijl het hart slaat of klopt blijft onze adem in stilte het levenswerk voltooien. Het Anahata symbool wordt gevormd door 12 lotusbladeren met daarin een Davidster.

De twee vervlochten driehoeken vormen de Shatkona of het hexagram. De Shatkona is een symbool dat wordt gebruikt in Hindoe Yantra, wat de vereniging van het mannelijke en vrouwelijke vertegenwoordigt. Shatkona in het Sanskriet of Shekinah in het Hebreeuws is een begrip dat op de fysieke, vrouwelijke aanwezigheid van god op de Aarde duidt. Het gaat niet zozeer om de vrouwelijke vorm als wel om de godin, de vrouwelijke geest in elk mens.

Shekina is de gids van de Indigo Kinderen. In mijn jeugd werd ik uitgemaakt voor ‘blauwe’ omdat kinderen uit een gemengd huwelijk (een blanke en een kleurling-ouder) een blauwe pigmentvlek boven de billen hebben die snel na de geboorte zichtbaar is, maar na enige tijd weer verdwijnt. Indigo kinderen zijn aspecten van de Blauwe Straal, ze kwamen op Aarde om het DNA van de mensheid te transformeren en het Christusbewustzijn naar een hogere frequentie te brengen.

Je merkt wel hoe alles met elkaar samenhangt, het is alleen verwarrend dat wij verschillende namen en begrippen gebruiken in diverse tijd/ruimte continua. De Hebreeuwse tradities zijn kennelijk overgenomen van ‘hen die van de overkant kwamen’. In de ruimste zin van het woord kan de overkant ook opgevat worden als van voorbij de asteroïdengordel. Shekina, het vrouwelijke aspect van god kan wellicht opgevat worden als een astronaute…

Denk hierbij aan het boek van Erich von Däniken: ‘Waren de Goden Kosmonauten?’

De Babylonische Spraakverwarring was voornamelijk een projectie op de menselijke geest om onze ware afkomst te verbergen. Ooit spraken we één taal, de Taal van het Licht, met onze verdwenen telepathische vermogens. In het schrijfseltje over Krishna en Christus heb ik al een verwijzing gegeven. Zowel het Griekse Nephilim als het Sanskriet Navalin duiden op de interstellaire schepen waarin de ‘ goden’ naar de Aarde kwamen.

Rudolf Steiner en Helena Blavatsky schreven over de vijf wortelrassen die onze verre voorouders zouden zijn. Het begrip ras slaat, biologisch gezien, alleen op planten en dieren. Wij spreken liever van de soort mens die tot een bepaalde stam wordt gerekend. Het artikel ‘Kleur bekennen’ van 29 juli 2018 ging over die vijf wortelrassen van Blavatsky. We zullen in het kader van deze serie andere namen hanteren.

Na de Zondvloed kwamen vijf stammen of soorten humanoïden boven water, Yadu, Turvasa, Druhyus, Anu en Puru. We focussen in dit schrijfseltje op de Yadu stam en hun reisgenoten de Yadava ‘s. De naam Yadava is een samentrekking van Yadu en Deva, waaruit je mag opmaken dat het om halfgoden, Kinderen van Yah, gaat. Uit deze gelederen kwamen Krishna/Christus, Shiva en Boeddha naar deze blauwe knikker om de mensheid van tijd tot tijd te redden.

Op het schilderij uit 1710 van Aert de Gelder, waarop Yeshua gedoopt wordt, hangt een UFO in plaats van de Bijbelse duif boven de Jordaan!

Wat wij nu een UFO noemen werd ooit geduid als Nephilim of Navalin. Ogen die kunnen zien herkennen het Engelse ‘Navy’ (zeemacht) in het woord Navalin. Nu begrijp je wellicht de woorden uit Genesis: ‘En gods geest zweefde over de wateren.’ We maken nu een kwantumsprong door Nephilim/Navalin (interstellaire schepen) te vervangen met het concept Lichtlichaam of Merkaba.

De energie van het Lichtlichaam/Merkaba kon alleen in de dichtheid van deze planeet existeren via de fysieke bloedbanen of fysieke voertuigen van de Yadu en Yadava. Je begrijpt dit beter als je weet dat Adama ‘Hij van de Rode Aarde’ (rood bloed; het stoffelijke lichaam) betekent. Dit verklaart de merkwaardige zin uit Genesis 6: ‘In die dagen waren er reuzen op de Aarde, en ook daarna, als de halfgoden met de dochters der mensen een beschuitje hadden gegeten, en zich kinderen gewonnen hadden.’

Hoe meer mensen genetisch aan de Yadu en Yadava waren gebonden, hoe gemakkelijker het was om een correcte genetische overeenkomst te krijgen voor het produceren van een foetus die in staat is een ware Zoon van de Ongeborenen te ontvangen. Elk van de andere stammen/soorten kon heiligen voortbrengen, maar geen Verlossers zoals Krishna en Christus. Krishna was een Yadu Kuru. Yeshua was een Yehudi Koresh.

Harp.
Zowel Krishna als Yeshua verlieten na hun missie deze planeet in hun Lichtlichaam. Nog een overeenkomst tussen beide meesters is: ‘Kinneret’ de oude naam voor het Meer van Galilea. Kinneret komt van het Hebreeuwse woord 'kinnor' dat 'harp' of Davidsharp betekent. In het Sanskriet betekent 'kinnar' hemelse muziek. In het Ramayana epos komen de Kinnar voor als mythologische wezens die uitblinken in zang en dans.

In de Engelse taal betekent het woord ‘kin’ familie, geslacht of verwanten. De naam Kinneret of het Meer van Galilea herbergt een nog diepere code. In de taal van Sumerië staat GAL voor groot, Il voor god en EA was de Babylonische naam voor Enki. Nu de mensheid bijna ten onder gaat aan enorme druk (stress) en immense hitte (burn-out) is de kans om weer een kristallijn wezen te worden het grootst.

Dat klinkt mij als hemelse muziek in de oren.

Artikelen op deze website mogen vrij verspreid worden onder vermelding van de juiste bron: ArjunA – www.assayya.com