Echo.

Een echo is een verminderde weergave van het originele geluid. Volgens het woordenboek is een echo ook een geluidsweerkaatsing tegen verwijderde voorwerpen. In muziektermen is een echo de herhaling van een passage in mindere toonsterkte. Het woord afkorting is ook een verminderde weergave van het origineel. Kijken we naar een afkorting of verminderde weergave van het woord ‘Licht’ uit de regel: ‘God zei: er zij Licht’, dan krijgen we ‘Icht’…

Ichthus is van oorsprong een Oudgrieks woord voor vis dat in het christendom een symbolische waarde heeft gekregen. In de letters van dit woord zagen de vroege christenen de kern van de Bijbelse boodschap, het is voor christenen een belangrijke afkorting. De Bijbelse boodschap is een echo van het origineel. De zoon van god is de echo van zijn vader/moeder god.

Nu maken we een gedachtensprong. We vervangen het woord echo door ego. Het ego is een verminderde weergave van het Zelf, dat wat in het Sanskriet Atman wordt genoemd.

Elk wezen, hoe klein ook, is een zelf voortgekomen uit het Universele Zelf, zoals een vlam is voortgekomen uit een vuur of een druppel uit de oceaan. Het ego is het denken dat je de illusie geeft van zijn; van het zelfbeeld dat we willen hebben.

René Descartes, de Franse wiskundige en filosoof, gaf dat mooi aan in de beroemde stelling: ‘Ego cogito, ergo sum’ wat Latijn is voor: ‘Ik denk, dus ik ben.’ Omdat ons denken constant wordt beïnvloed door externe stimuli kunnen we ons afvragen of ons denken überhaupt in staat is te definiëren wie we zijn. Niet ontwaakte zielen vragen zich daarom voortdurend af wat anderen van hen denken.

Het lager ego-zelfbeeld voldoet dus aan andermans verwachtingen, in plaats aan de verwachtingen van de ziel en/of de geest. De ziel is in de meest gebruikte betekenis de niet-materiële, spirituele component van mensen. In een esoterische opvatting is het de drager, de expressie of het voertuig van het ego of de geest. Het ego is de verdichte/fysieke vorm of de verminderde weergave van het geestelijke Zelf.

Ons fysieke lichaam is het tijdelijke omhulsel om te kunnen functioneren in de wereld van vorm. Het lichaam kan niet zonder de ziel functioneren, omdat de ziel het geestelijke Zelf is die in het lichaam huist. Het Hebreeuwse woord ‘Ruach’ betekent: ‘geest’ 'wind', 'adem' en 'levenskracht', dat zijn niet fysieke energieën. Als we de geest geven, verlaat het Zelf, de Atman het fysieke voertuig. In het collectieve bewustzijn wordt dat doodgaan genoemd.

In mijn perceptie gaat het ego-wenslichaam dood, maar de ziel en de geest blijven leven. Dit is dus de illusie van het zelfbeeld. Die illusie gaat ook op het evenbeeld van de Bijbelse god. De Schepping kwam voort uit de Grote Leegte, daar is geen vorm, geen gelijkenis noch een evenbeeld. Het idee van een evenbeeld in de wereld van vorm kwam ontelbare eonen na de Tzimtzum; de implosie van het Onbeperkte Licht, in het menselijk bewustzijn.

Wanneer we de implosie vergelijken met de inademing van het Oneindige, dan kunnen we de Oerknal vergelijken met de uitademing van het Oneindige. Vóór de uitademing was er tijd noch ruimte, en de Grote Leegte was nog verschoond van humanoïde wezens. Uit de echo van de Oerknal kwamen verminderde weergaven van het Schepper Licht voort. Je zou ze mindere goden of sub-goden kunnen noemen.

Het waren grote zielen die, net als wij, de reis naar de lagere dimensies of echo’s van de Bron/het Onbeperkte Licht hebben ondernomen. Ook die grote zielen moeten door vele incarnaties in steeds lagere dimensies leren en ervaring opdoen teneinde weer terug te keren naar de Bron/het Onbeperkte Licht. Het merendeel van die sub-goden vond de weg terug en transformeerden in geweldige lichtwezens.

Er waren echter ook sub-goden die een groot ego hadden ontwikkeld, dat gaf hen de illusie dat ze zelf god waren. We hebben in het vorige schrijfseltje al gewag gemaakt van inversie. De sub-goden met het grote ego waren de inverte aspecten van hun zielenfamilie die de weg terug hadden gevonden. De inverte goden genoten van de macht en het aanzien dat ze ten deel viel op deze planeet.

De Aarde was bevolkt met echo’s van echo’s van echo’s. De sub-goden zagen de Aarde als een speelbord. En ze speelden met genetica, met biologie en met DNA, net zoals de meeste wetenschappers van onze dagen het doen. Op het speelbord kregen de sub-goden in verschillende tijd/ruimte continua telkens andere namen. De twaalf goden uit het oude Griekenland zijn wellicht de bekendste.

We zullen er enkele noemen. Zeus, de oppergod van het hemelrijk, de lucht en het weer. Zijn gemalin Hera was de godin van het huwelijk en de liefde. Poseidon was de god van de zeeën, aardbevingen en paarden. Demeter was de godin van landbouw en graan. Hermes was god van de commercie, koerier van de goden en beschermer van zowel dieven als reizigers. Pallas Athena was godin van de wijsheid, techniek en de krijgskunst.

Je ziet aan de hun toebedeelde kenmerken dat die wat tegenstrijdigheden bevatten. En die tegenstrijdige kenmerken, deugden en kwaliteiten gebruikten en misbruikten ze volkomen willekeurig. Ze hadden hun individuele protegees, en bestookten de beschermelingen van de collega-concurrenten met lot en noodlot en elkaar. Als de Griekse mythologie kent, zie je dat de goden toen al Game of the Thrones speelden.

Hetzelfde spel zie je terug in de Mahabharata waarin sub-goden met andere namen in een ander land hetzelfde spel speelden. De Mahabharata is het op twee na grootste literaire werk van de wereld en vormt met de Ramayana een belangrijke filosofisch/culturele hoeksteen van het Hindoeïsme. In beide werken wemelt het van koningen, prinsen, heiligen, wijzen, demonen en goden. Elle spelers worstelen met begeerte, rijkdom, spirituele groei en bevrijding.

De titel bevat twee begrippen; Maha is Sanskriet voor Groot en Bharat staat voor de Wereld Dragen. De samenstelling Mahabharata kan dus opgevat worden als het Grote land (India) dat de Wereld Draagt. Het oude India was een wereld van goden, sub-goden en helden. De Mahabharata verhaalt van de grootste strijd op Aarde; een eeuwig verhaal van moed en eer; liefde en verraad, geloof, toewijding en de zoektocht naar kennis.

Het Grote Land dat de Wereld draagt resoneert met Atlas, de vader van de Plejaden, de sub god uit de Griekse mythologie die het hemelgewelf op zijn schouders droeg. In de Mahabharata worden nucleaire wapens gebruikt, Sodom en Gomorra zijn ook verwoest door nucleaire wapens. Andere tijdlijnen andere locaties, andere namen en steeds hetzelfde verhaal. Grote ego’s die elkaar het Licht in de ogen niet gunnen.

Echo’s en Ego’s.
Een geschiedenis van goden, sub-goden en halfgoden. Wellicht begin je nu in te zien waarom ik god met een onderkast schrijf. De god of goden (uit welke religie dan ook) zijn niet de Bron van Al dat Leeft in het Rijk der Mineralen, in het Rijk der Planten en in het Rijk der Dieren. Als je alle scheppingsverhalen kent, neem je waar dat onze geschiedenis slechts een echo is van dat waarlijk plaatsvond.

De sub-goden beschouwen het menselijke zoogdier zoals wij dieren in een dierentuin zien.

Ons zonnestelsel werd al 26.000 jaar gecontroleerd door de Draco/Reptiliaanse sub-goden van het Orion Chimera Rijk, dat de mensheid in quarantaine hield, geïsoleerd van positieve sub-goden. Daarom is het erg grappig dat het mensdom in haar ego-arrogantie denkt dat ze de enige humanoïde wezens zijn in het Omniversum.

Volgens de Hermetische Wet: ‘Zo boven, zo beneden’, zijn ook de goden en sub-goden behept met menselijke kenmerken. Orion, de jager, toonde een grote begeerte naar de dochters van Atlas. Hun vader, Atlas, kon hun niet beschermen omdat hij de wereld op zijn schouders moest torsen. Zeus transformeerde de zeven nimfen in het Zevengesternte, en door de Precessie der Equinoxen achtervolgt Orion de Plejaden nog steeds.

Deze legende resoneert, voor ogen die kunnen zien, met Genesis 6:4. ‘In die dagen waren er reuzen op Aarde, en ook daarna, als gods zonen tot de dochteren der mensen ingegaan waren, en zich kinderen gewonnen hadden.’ Uit die onverkwikkelijke penetratie kwamen de halfgoden voort. Dat zijn de verminderde weergaven van de sub-goden die ook wel de Nephilim worden genoemd.

Een halfgod is een nakomeling uit een relatie tussen een sub-god en een mens. De meeste halfgoden die in de mythologie beschreven worden zijn sterfelijk als een mens, maar bezitten wel bijzondere krachten. Deze worden vaak heroën/helden genoemd. Achilles is een halfgod uit de Griekse mythologie. Hij is de belangrijkste held uit de Trojaanse Oorlog en de hoofdpersoon in de Ilias, het boek van Homerus.

Homerus beschrijft de held als de schoonste, de dapperste, sterkste en verhevenste van alle helden. Het meest opmerkelijke in dat verhaal is zijn relatie met Patroklos, in verschillende bronnen omschreven als diepe vriendschap of liefde. Het is echter veel waarschijnlijker dat het een homoseksuele relatie betrof. In het klassiek Athene bestond er nog geen oordeel over homoseksualiteit.

Alle mythen, sagen en legende zijn echo’s van de werkelijke geschiedenis zoals die zich ontvouwde na de uitademing van het Oneindige. Alle goden, sub-goden en halfgoden zijn echo’s van de Ene zonder Vorm. Naar welk evenbeeld is de mens dan geschapen? Wij zijn een druppel uit een Oceaan van Onvoorwaardelijke Liefde. Wellicht begrijp je nu waarom ons fysiek/biologische jasje voor 70% uit water bestaat.

Artikelen op deze website mogen vrij verspreid worden onder vermelding van de juiste bron: ArjunA – www.assayya.com