Beschaving.

Hits: 254

Heb je er wel eens bij stilgestaan hoe dun dat laagje uiterlijke beschaving is? Vergelijk het dan met een krul hout uit een schaaf. Die krul is het buitenste laagje van de plank voor de kop van het collectieve mensdom. In een boek van de historicus Ernst van den Boogaart krijgen we een beeld van hoe de beschaving keek naar volkeren die de ontdekkingsreizigers op hun reizen (graaitochten) ontmoetten.

In zijn boek gaat het veelal over de mate waarin de beschaafde wereld die vreemde volkeren beschaving toedichtte. Een criterium daarbij was de mate van lichaamsbedekking. Het oordeel van het mensdom was; hoe naakter hoe wilder. Men ging in dat oordeel volkomen voorbij aan klimaatverschillen, omdat ze nooit verder keken dan hun neus lang was. Menselijke domheid is nu eenmaal grenzeloos.

Beter gekleed betekende in Europa een hogere mate van kennis en technische vaardigheid. Naaktheid gold als hoogst onbeschaafd, terwijl de beschaafde mens zich niet stoorde aan de naaktheid van Adam en Eva. Wat een hypocrisie! Over het algemeen achtte men de bewoners van Europa en Azië op een hogere trap van beschaving dan die van Afrika en Noord - en Zuid Amerika.

De grote ontdekkingsreizen begonnen in de 15e eeuw, ongeveer tegen het eind van de Middeleeuwen. De beschaafde wereld had om religieuze, politieke en economische redenen ontelbare medemensen vermoord, verkracht en verhandeld. Van alle zoogdieren is de mens het grootste beest, en zo is het! Hygiëne was ver te zoeken, terwijl de naakte wilden nog geen beschavingsziektes kenden.

Dat naaktheid werd beschouwd als een gebrek aan beschaving was en is een hardnekkige overtuiging. Een overtuiging is een projectie en geen waarheid. Mijn ziel is in dit leven geïncarneerd met een Matrix op Waarheid. Enkele jaren voor mijn spirituele ontwaken (drie weken coma na een motorongeluk) bezocht ik de antieke Grieks-Romeinse stad Efeze in Klein-Azië, het huidige Turkije.

De gids op deze excursie wist op een of andere manier dat ik in de reclame werkte. Op een bepaald moment toonde hij ons wat volgens hem de oudste advertentie ter wereld was. Op een versleten voetpad wat ooit aan de haven moet hebben gelegen voordat die dichtslibde, zag ik een duidelijke voetafdruk en een vrouwenhoofd met iets dat op een duif leek…

De gids keek mij aan en vroeg me of ik wist wat de afbeelding betekende en omdat ik het antwoord schuldig bleef legde hij het uit: ‘Linkervoet betekent linksaf. Vrouw en duif betekenen hoer of bordeel.’ Zo vonden hitsige zeevaarders de weg naar vrouwen die zich liggende staande hielden. Die dag leerde ik dat er in de eerste eeuw al stromend water was in openbare toiletten, terwijl we in het hotel geen papier in het toilet mochten gooien.

Geld stinkt niet.
De beschaafde wereld is een stinkend riool waar in de ratrace alles is geoorloofd als het om geld gaat. Om hun kleren te wassen, gebruikten de Romeinen ammoniak die vrijkwam uit gegiste urine. Toen Titus, de zoon van keizer Vespasianus, zijn vader aansprak over de belastingheffing op openbare urinoirs, sprak deze de gevleugelde woorden : ‘Pecunia non olet’ (geld stinkt niet). Wie niet vies is van geld, verkeert dus in beschaafd gezelschap.

Terwijl de naakte wilden zich dagelijks, vaak ritueel wasten, vond de beschaving dat niet nodig. De lichaamsgeur bij de elite werd gemaskerd met parfums die ze zich met hun rijkdom konden veroorloven. Geld stinkt niet maar er zit nog altijd een luchtje aan de innerlijke beschaving van de goed geklede nobele Europeanen. We zullen hierna een boekje (of een broekje) open doen over de illusie van de beschaving.

Nobel versus Luchtbel.
Onlangs verscheen: ‘Het Bolwerk’ een boek van Matilda Gustavsson. Het boek handelt over macht en misbruik achter de gesloten deuren van de Zweedse Academie, een oppermachtig instituut dat jaarlijks de winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur benoemt. In 2016 was dat Bob Dylan! Voor mij was die prijs een erkenning dat ook songteksten literaire hoogstandjes kunnen zijn, en de Zweedse Academie kent alle hoogstandjes…

De Zweedse Academie, gesticht in 1786 door koning Gustaaf III, is een van de Koninklijke Academies van Zweden. Ze telt achttien leden die voor het leven zijn benoemd. Het motto van de Academie is: ‘Talent en goede smaak’. In het kader van dist schrijfseltje krijgt dat motto in het Zweeds (Snille och Smak) een aparte bijsmaak. De leden van dit genotschap (dit is géén typefout) genieten onvoorstelbare privileges.

Ze zijn wel verplicht elke week te vergaderen, maar daar staat dan wel iets tegenover.

De Zweedse koning stelt de Academie persoonlijk in de gelegenheid om volkomen onafhankelijk te werk te gaan. Daarmee verkrijgen ze een verheven VIP status. Ze kunnen 24/7 over een limousine, en appartementen in Stockholm, Berlijn en Parijs beschikken. Alleen de puissant rijke elite heeft dergelijke privileges.

Rijkdom creëert macht en wellust.
Dit doet me denken aan het sprookje van Blauwbaard, een puissant rijke, maar lelijke afschrikwekkende man met een zware blauwe baard. Als hij op zakenreis vertrekt, krijgt zijn jonge vrouw de sleutelbos van zijn kasteel. Daarmee mag ze alle kamers openen behalve het provisiekamertje in de kelder. Op een dag opent ze toch de verboden kamer, en ontdekt daar zes lijken van haar voorgangsters.

Blauwbaard komt onverwachts thuis en merkt spoedig dat zijn vrouw toch dat speciale sleuteltje heeft gebruikt. Blauwbaard wordt paars van woede en wil haar vermoorden, ze weet hem te kalmeren en waarschuwt haar broers die hem aanvallen en doden. Literaire deskundigen hebben diverse interpretaties over dit sprookje. Blauwbaard wordt neergezet als seriemoordenaar en de jonge vrouw als een Pandora.

Interessanter is de interpretatie van de provisie ruimte, de verboden kamer staat symbool voor geheimen, leugens etc. die binnen elke relatie bestaan, zelfs binnen die van man en vrouw. De plaatsing van die kamer in de kelder genereert bij mij echter het concept van de doofpot; leugens en geheimen die diep zijn weggeborgen. Het is opmerkelijk dat er meer en diepere doofpotten zijn in hoogopgeleide kringen dan in arbeidersmilieus.

De titel ‘Het Bolwerk’ van Matilda Gustavsson ’s boek refereert aan het bastion van de Zweedse Academie. Het boek onthult zwaar seksueel machtsmisbruik in de hoogste echelons van de beschaving en maakt korte metten met de Zweedse culturele elite.

Het verhaal begint in 1996, wanneer de Zweedse Academie een brandbrief ontvangt als waarschuwing tegen de echtgenoot van een van de leden van de Academie. Hij wordt beschuldigd van het lastigvallen van tientallen vrouwen. Zelfs zijn vrouw ziet hoe hij vrouwen tussen hun dijen graait. Maar ondanks deze waarschuwing wordt er geen actie ondernomen.

Tweeëntwintig jaar later opent Matilda Gustavsson de doofpot. In haar boek dat nu in het Nederlands verschijnt, beschrijft Matilda Gustavsson hoe ze 18 vrouwen zo ver kreeg om te getuigen over het misbruik. Dit boek (dat gegarandeerd een grotere oplage zou halen als het Bilwerk was getiteld) geeft inzichten in hoe geld, macht, misbruik en wellust een smerig kwartet vormen in de hoogste kringen. Geld en innerlijke beschaving zijn als water en vuur.

Op basis van de getuigenissen van achttien vrouwen publiceert Matilda Gustavsson een gedegen artikel over seksueel misbruik in het hart van de Zweedse culturele elite. Alle achttien wijzen naar die dezelfde blauwbaard. En als er eenmaal naar deze vrouwen geluisterd wordt, volgen er meer getuigenissen over aanranding, verkrachting, isoleren en vrijheidsberoving.

Met dit schrijfseltje wilde een broekje opendoen over de illusie die we beschaving noemen. Het oordeel over naakte wilden heb ik hiermee naar het rijk der fabelen geschreven. Onze huidige beschaving is net zo mooi, dun en breekbaar als een krul uit een puntenslijper. Het is veelzeggend dat een straaturinoir in Amsterdam een ‘krul’ wordt genoemd. Laten we er maar op vertrouwen er in dat de Vijfde Dimensie geen potloodvensters meer zijn.

Artikelen op deze website mogen vrij verspreid worden onder vermelding van de juiste bron: ArjunA – www.assayya.com